Mongolië is een uitgestrekte, dorre, woestijnachtige regio, een van de minst bevolkte ter wereld, die in feite bestaat uit 2 landen: Mongolië zelf, en "Binnen-Mongolië", een "autonome Chinese regio". Deze regio herbergt 70 tot 80% van de wereldwijde veestapel van Capra Hircus-geiten. De veeteelt is ambachtelijk gebleven en draagt in belangrijke mate bij aan het voortbestaan van een traditionele plattelandsbevolking. In Mongolië worden de geiten gekamd en/of geschoren.
Eén geit produceert slechts ongeveer 100 gram bruikbaar kasjmier. Voor het vervaardigen van een kasjmiertreui zijn dan ook 2 tot 6 geiten nodig, afhankelijk van de dikte.
De wereldwijde kasjmierproductie vertegenwoordigt ongeveer 0,5% van die van wol. Het blijft dan ook een uitzonderlijke stof. Tegenwoordig is de Himalaya-productie gering. Het grootste deel van de geiten wordt gefokt in Mongolië, dat driekwart van de wereldwijd gedistribueerde grondstof levert; de rest van de productie is voornamelijk afkomstig uit Iran, Afghanistan, Pakistan en Nepal.
Hoewel gedomesticeerd, zijn geiten vrij moeilijk te houden en gedijen zij uitsluitend in een ruig klimaat. Er zijn maar weinig regio's in de wereld die hen een geschikte leefomgeving bieden, en men mag er dan ook van uitgaan dat Mongolië zijn nagenoeg exclusieve positie duurzaam zal blijven behouden.